Klemgeschreven

Alles in dit verhaal is de schuld van de nieuwe Star Trek-serie. Sinds eind september kijken we thuis namelijk elke maandagavond naar de avonturen van luitenant commandant Michael Burnham en cohorten op de USS Discovery. Ik zou hier nu een spoilerwaarschuwing neer kunnen zetten, maar waarschijnlijk heeft iedereen die Star Trek ook maar enigszins interessant vindt de boel toch allang bekeken. En voor iedereen die Star Trek niet interessant vindt: sorry, ik zweer dat dit ergens toe leidt.

De reden is “Splijter” het “beerdiertje”, zoals de Nederlandse ondertiteling het aanduidt. Ter verduidelijking: “Splijter” heet in het Engels Ripper en is een enorm monster dat met z’n klauwen moeiteloos door scheepsrompen en Klingons heenklieft. Bij nadere studie blijkt hij qua fysiologie veel weg te hebben van de waterbeer, in het Nederlands ook wel mosdiertje of beerdiertje genoemd; een beestje van een halve tot anderhalve millimeter dat vanwege zijn enorme overlevingsvermogen momenteel erg populair is in ruimtevaartstudies. In het Engels heet zo’n beestje een tardigrade, en hoewel we tegenwoordig in Nederlandse ondertiteling meestal van een “song” spreken als we een liedje aanduiden en een baan een “job” noemen, heet Ripper de allesverwoestende tardigrade hier dus ineens weer “Splijter” het “beerdiertje”. En daarbij zie ik dan weer onmiddellijk een lichtgespierd houthakkend teddybeertje met een open vestje voor me. Maar wellicht ligt dat aan mij.

Enfin, omdat Starfleet in deze serie oorlog voert tegen diezelfde Klingons besluit de kapitein van de Discovery dat Splijter als wapen moet worden ingezet. Maar Burnham kijkt verder dan Splijters scherpe nagels, legt op een of andere manier een link met de intergalactische sporen die het schip herbergt vanwege een experimentele hypersnelle transportatievorm, en besluit hem een aantal van die sporen te voeren…

En dat precieze punt veroorzaakte bij mij thuis op de bank een nogal aparte reactie:

“Rrrrr,” deed het beerdiertje

“Ik wil een kat,” zei mijn vriend.

Nee he…

Ik heb mezelf weer eens klemgeschreven. Een paar weken geleden startte ik namelijk een tweede website: Project gouden planformule. De bedoeling is dat dit een soort digitaal afvoerputje wordt. Een site met korte, snel te schrijven blogs over alles wat me in het dagelijks leven bezighoudt die time management als onderliggend thema heeft. Op dit moment ontbreekt het me verder alleen een beetje aan tijd om er ook daadwerkelijk aan te werken. Maar wat ik er wel op plaatste was een venijnig stukje, geadresseerd aan een groot deel van mijn vrienden- en kennissenkring, getiteld ‘“Kun jij Siepie eten geven?” — Nee, voorlopig niet’. Impulsief geschreven na een bloedhete week met drie nachtdiensten, een spoedopdracht en een huis vol vlooien. Ik was er echt helemaal klaar mee.

Maar ja, vriend heeft zonder te morren ook jarenlang met mijn cavia’s samengewoond en dus hebben we nu gezinsuitbreiding. Twee “verlegen” zusjes van vijf maanden uit het asiel, waarvan de medewerkers daar voorspelden dat ze de eerste paar weken niet onder de bank vandaan zouden komen. Een dag later hingen ze in de gordijnen.

Ik vind weer kattengrit in bed, word uren voor de wekker wakker omdat ze bovenop me de poezentango dansen, en zojuist stond er nadat ik even achter mijn laptop weg was ineens “Iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiooooooooooooooooooooooooooooooooo76yyyyy” tussen mijn zinnen. Allemaal dankzij Star Trek en een digitaal überbeerdiertje dat “rrrrr” deed.

Nu maar hopen dat het mijn vriend wel lukt om voor komende kerst een oppas te vinden.