Minst veranderd

Een tijd geleden alweer hield de bar in mijn oude studentenflat Selwerd 3 de allerlaatste flatbaravond ooit. De sloophamers gaan er doorheen. Het plan is dat er mooie, schone, en vooral ongediertevrije studio’s voor terugkomen, maar voor het zover is moet iedereen eerst oprotten. Zodoende.

Over die laatste baravond, en over het laatste flatfeest ooit dat korte tijd daarvoor plaatsvond, moet ik nog steeds schrijven. Dat moet van mezelf omdat ik vroeger heel veel over Selwerd schreef. Eerst op Hyves, en daarna op een blogspotaccount. Daar staat de boel nu te versloffen, maar de bedoeling is dat ik alles binnenkort een keer oppoets en vertaal, en dan samen met een heleboel andere blogs die nooit online verschenen zijn tot een boekje bundel. Alle wegen leidden naar Selwerd, gaat het heten ‒ All Roads Led to Selwerd in het Engels. De zelf gestelde deadline hiervoor staat op 31 december 2018 (stiekem heb ik een vijftienjarenplan), dus misschien moet ik daar maar eens aan beginnen.

Enfin, op die laatste baravond is er kennelijk gefilmd. Daar kan ik me, op de live webcam facebook feed vanachter de bar na, niets van herinneren, maar prima. En afgelopen donderdagavond werd die film gedraaid. In de flatbar van Selwerd 2, want die blijft nog ietsje langer overeind staan. Zo verstandig zijn ze bij de Lefier dan ook wel weer.

Gaat deze blog nu over die film? En over een (derde) laatst emotioneel weerzien met mensen die ik vroeger als een verlengstuk van mijn eigen bestaan beschouwde? Nee, want ik was er niet. In plaats daarvan stond ik thuis te stressroken bij de balkondeur. De reden: ik logde in op mijn bankrekening om te kijken of alle betalingen die ik nog verwachtte al binnen waren. € 2,63, zei de rekening. Niet dus. Blut voor het eerst in jaren.

Hoe? schoot door mijn hoofd. Wat? Op zich was er nog geen echte reden tot paniek: de hele maand augustus heb ik me namelijk uit de naad gewerkt. Maar de inkomsten daaruit, die moesten dus nog, naja, ‘in komen’. Klassiek gevalletje Loesje-‘einde van mijn geld hou ik altijd nog een beetje maand over’. De belangrijkste rekeningen waren op zich al betaald en de rest wordt pas eind van de maand afgeschreven, dus ingebrekestellingen en dergelijke verwachtte ik nou ook weer niet direct, maar met een dingetje kwam ik wel in de knel: de huur van mijn kantoorruimte. Die zou uiterlijk de volgende dag betaald moeten worden. Met hangende pootjes en heel veel sorry’s appte ik kantoorgenote Kim die over de betalingen gaat dat het later, maar z.s.m. werd. Ik schaamde me kapot.

En daar bij de balkondeur bleef ik stressen, balen, schamen en mijmeren. Het loon van een van m’n bijbanen zou de volgende dag kunnen binnenkomen, uiterlijk maandag, en ook verwachtte ik de volgende dag nog veertig euro terug die ik iemand eerder had voorgeschoten. Maar moest ik voor de zekerheid toch m’n weekendplannen opgeven? De vrijdagmiddagborrel met Saskia en het ninetiesfeest met Max, Miranda en Erik op zaterdag? De Jacques d’Ancona-musical waar ik op zondagmiddag misschien met Nikki heen zou gaan in de trant van ‘dat klinkt zo fout dat we er wel bij moeten zijn’?

“Ik trakteer wel,” appte Saskia meteen terug. “Jij hebt de vorige keer het meest betaald.” Nikki blijkt zelf ook nog te wachten op een flinke som voorgeschoten geld en vindt het dus niet zo erg om te skippen, en Miranda en Erik besluiten spontaan een Gaby-potje te maken voor zaterdag, omdat ik altijd voor de lekkere hapjes zorg op onze feestjes. Mijn vrienden zijn allemaal enorme lieverds.

In mijn studententijd gebeurde dit vaker. Dan maakte ik van m’n laatste euro’s gewoon een hele grote pan kippen- of groentesoep en daar at ik dan van tot de stufi, loon of zorgtoeslag weer binnenkwam. Geen probleem en ook geen zorgen. Iedereen om me heen was toen regelmatig blut. Dat hoorde erbij en daar gaf ik geen rondje minder om. Maar als dertigplusser met drie verschillende inkomstenbronnen werd het toch gênant, vooral omdat ik geen idee had waar het heengegaan was. De vakantie in juli? Of toch alle kleine uitgaven van augustus die bij elkaar enorm optellen: alle bezorgmaaltijden omdat ik geen tijd/energie/zin had om zelf te koken, de grote bekers fairtrade soya-latte-to-go tussen diensten door? Dat ik door alle stress van gelegenheidsroker even naar een pakje per dag gegaan was? Ik besloot meteen te stoppen. Na het weekend.

In de wetenschap dat er wel nog tientje in mijn portemonnee zat, twijfelde toch ik even of ik misschien niet alsnog naar Selwerd 2 moest gaan. Die hanteren studentenprijzen en er zou ook vast nog wel een gratis fust ofzo zijn. Niet dat ik van bier hou, maar het kon wel. En naar die film was ik ergens ook wel benieuwd. Zelf zal ik er niet al te vreemd op staan, want ik was het grootste deel van de avond/nacht aan het water. Nikki had die avond namelijk een nogal aparte eerste Paiq-date (dat bestaat nog, blijkt) daarheen laten komen, en moest wel om half een uiterlijk naar huis omdat ze de volgende ochtend om half negen weer op haar werk moest zijn. Dat laatste is gelukt.

Wat ik verder vooral over die laatste flatbaravond zelf kan zeggen is dat het een leuke reünie was. En meer eigenlijk ook niet. Misschien dat het me daarom nog niet eerder gelukt is om er een blog over te schrijven. De belangrijkste mensen uit die tijd zie ik nog steeds vrijwel elke week op de oud-huisgenotenavond, en van de rest weet ik door social media ook precies hoe het met ze gaat. Alleen zijn ze nu vrijwel allemaal wat gerimpelder, grijzer of dikker geworden. En sommigen alledrie. “Weet je,” had voormalig buurman Yoghurt nog gezegd, “ik denk dat jij het minst veranderd bent van ons allemaal.” Plukkend aan zijn inmiddels witgespikkelde stoppelbaardje, bestudeerde hij even mijn gezicht. “…alleen misschien een beetje ouder.”

Die maandag kwamen alle betalingen tegelijk binnen. Ik maakte meteen de huur naar Kim over en zette de rest opzij. Nooit, nooit, nooit weer. Van de pan soep die ik zaterdag maakte hebben we nog tot woensdag gegeten.

Maar bij de balkondeur dacht ik ineens weer aan de woorden van Yoghurt. Hij had gelijk: ik mocht dan inmiddels wel twee diploma’s, jaren werk- en levenservaring, een aardige carrière, een goede relatie en zelfs een (meestal) gezond slaappatroon verder zijn, op een hoop vlakken was ik nog steeds een student. Een flierefluiter. Alleen misschien een beetje ouder. Verdorie…