Moet ik gaan vloggen?

Moet ik gaan vloggen? Dit is een vraag die ik mezelf inmiddels al een aantal maanden stel. Het begint er op te lijken dat je daar als ondernemer haast niet meer omheen kunt. Van de medewerkers van Cool Blue tot mijn kantoorgenoten, iedereen doet tegenwoordig enthousiast voor de camera hun ding.

Daar zitten natuurlijk allerlei redenen achter ‒ van dat de mens door de moderne technologie steeds visueler is ingesteld en liever een filmpje bekijkt dan een stukje leest tot aan dat vloggen zorgt voor een diepere verbinding met, en benaderbaarheid tot, anderen – maar uiteindelijk komt het allemaal op een ding neer: als je het goed genoeg doet kun je er klanten mee krijgen, en dat wil iedereen natuurlijk.

Ik dus ook uiteraard. Maar hoe pak je dat aan? En is het ergens niet een beetje contra-intuïtief, gezien mijn diensten juist om het geschreven woord draaien?

Waar moeten mijn vlogs dan over gaan? Taaltips? Boekrecensies of -analyses? Een weekoverzicht van hoe het achter de schermen gaat? (Wat eigenlijk vrij saai is omdat ik vooral achter mijn laptop zit te typen.) En moet het dan in het Nederlands of in mijn inmiddels steeds Nederlandser klinkende Engels? Zou ik er anders mee weg kunnen komen als ik heel simpel mezelf film terwijl ik voorlees uit mijn eigen werk?

Wil ik überhaupt eigenlijk wel met mijn hoofd voor de camera als ik al op de selfies die ik maak alleen nog maar rimpels en wallen terugzie? Moet ik dan een betere camera kopen? Goede belichting aanschaffen? Strak in de make-up en haarspray? Voor de zekerheid eerst ook nog maar vijf kilo afvallen? En daarnaast: hoe edit je in vre-des-naam een filmpje?

Een paar maanden geleden heb ik wel stiekem even geoefend. Er heerste namelijk op kantoor een toilettenruzie tussen de linker- en de rechterzijde van onze verdieping. De rechterzijde had een schoonmaakster ingehuurd en vond dat de linkerzijde ze daarom niet meer gebruiken mocht. De linkerzijde heeft eigen toiletten, maar die waren heel erg vies en niemand had zin om ze schoon te maken. Op een goed moment was ik de office politics zat en besloot ik actie te ondernemen. Had ik meteen een mooi vlogonderwerp te pakken. Met de selfiestand filmde ik hoe ik de boel schoonmaakte. Met uitleg à la Hoe schoon is jouw huis: “Kijk, en dan pak je de Blue Wonder. Dat is trouwens echt een van mijn meest favoriete schoonmaakproducten, deze week in de aanbieding bij de Action voor maar één-euro-negenenveertig. Geen geld, toch! En dan spray je… kijk, zo… en dan laat je het heel even inwerken.. en dan schrobben met de schuurspons… En… zie je: brandschoon!” Tot op de dag van vandaag durf ik het niet terug te kijken.

Vroeger ‒ dan spreken we over zo’n achttien à twintig jaar terug ‒ had ik hier allemaal geen enkel probleem mee gehad. Toen wilde ik namelijk acteur en regisseur worden. Dat pakte alleen niet zo goed voor me uit. Toen ik in de brugklas mijn allereerste spreekbeurt voor het vak Nederlands moest houden, vond ik het namelijk een goed idee om daar een film bij te maken. De leraar vond het prima, en zelfs mijn moeder was bij hoge uitzondering bereid om me de videocamera te laten gebruiken.

De spreekbeurt ging over vandalisme, schaamteloos gerecycled uit groep 8. Ik flanste een ‘script’ in elkaar en trommelde wat jongere buurtkinderen op om erin te figureren. Van editen had ik nog nooit gehoord, dus was het een kwestie van camera aan en uit, en alles maar in chronologische volgorde filmen. Een van mijn zusjes en het broertje van een vriendin gaf ik de rol van “de vandalen” (“onze hobby is vandalisme!”). Mijn andere zusje trok ik een truttig jurkje aan en liet ik ietsje verderop braaf hinkelen. Af en toe moest ze er dan even bij komen staan en met een streng vingertje zwaaien: “Dat mag niet, hoor.” Zo trokken we het dorp in, op zoek naar plekken waar in het verleden inderdaad dingen gesloopt en/of beklad waren om daar ter plekke verslag uit te brengen. Onderweg besloten we mensen te interviewen. Een moeder met een tweelingbuggy (“hebben jullie niets beters te doen op een zondag?”) en later mijn vader (“een zeer kwalijke zaak, vandalisme, zeer kwalijk”). Een daadwerkelijke vandaal, die we met een benzinestift in het speeltuintje bij de supermarkt betrapten, reed helaas al voordat ik de camera aankreeg op zijn scooter weg en dus moest ik het met een shot van zijn rug in de verte doen.

Tot dusver best aardig, maar ja… toen werden we baldadig. Ik vond het ineens een hilarisch idee om het broertje van mijn vriendin het alfabet te laten boeren. En omdat dat zo grappig was, besloten we dat hij de naam van mijn leraar Nederlands er dan ook wel even achteraan kon oprispen. En tja, wat hoe overtuigend zijn de filmvandalen als ze niet ook even voor de camera met een fietssleuteltje wat vieze woorden in een parkbankje kerven?

Dit was het punt waarop mijn leraar Nederlands de videoband uitzette. Het resultaat was een dikke vier. Het was ook nog eens op mijn verjaardag.

En daar ligt ook een tweede knelpunt wat betreft het hele vloggen: naast de rimpels en de wallen, ben ik bang dat de boel snel op eenzelfde wijze uit de hand gaat lopen als toen. Dat, in plaats van mijn zorgvuldig geplande content, mijn vlogs al snel overgaan in de gekke capriolen van de poezen, of de aangeschoten monologen van oud-huisgenoot Van Kanntelen met een gniffelende Baard ernaast terwijl ik op de achtergrond met een wijntje vrolijk op “Starships” van Nicki Minaj sta te dansen.

Toegegeven, dat is ook een stuk leuker dan filmpjes met taaltips (want zeg eerlijk, wie wordt daar nou echt blij van). Maar of ik daar klanten mee ga werven is een andere vraag.

Nee, voorlopig hou ik het maar bij stukjes als deze. Ik denk dat dat verstandiger is.