Speeltuin

Tegenover het appartement van oud-huisgenoot Van Kanntelen staat een speeltuin. Ik fiets er vaak langs op weg naar cliënten. Op zich niets raars ‒ een glijbaan, wat schommels, een klimrek en een hele kleine trampoline. Maar toch mis ik iets: kinderen. Wie er wel regelmatig te zien zijn, zijn jongemannen. Studenten van begin twintig zonder shirt en met knotjes in hun haar. Ze doen pull-ups aan het klimrek en crunches op de glijbaan. Tussen het trainen door flexen ze fanatiek. Ze pronken. De pauwen in het Stadspark verbleken erbij.

Meisjes en jongens flaneren erlangs en zitten giechelend op het terrasje ietsje verderop.

“Nou, Milou, ik denk dat we ergens anders moeten gaan spelen,” hoor ik een moeder hardop tegen haar dochtertje zeggen.

De mannen in de speeltuin doen alsof ze haar niet horen. Een van hen maakt een achterwaartse salto van de trampoline. Het gaat net goed. Het kleine meisje sputtert tegen wanneer haar moeder haar terug in de bakfiets zet. Ze wil ook meedoen. Maar dat kan niet.

Sinds Ninja Warrior op tv is zie ik ze ineens overal. Ze hangen in bomen, springen over muurtjes en balanceren op paaltjes. Geen plek in de stad blijft onbenut. Hashtag-urbanfitness, hashtag-movementculture, hashtag-workoutstreet.

Het zou me niet eens zo storen als ze er niet zo zelfingenomen bij zouden zijn. Onlangs bijvoorbeeld, viel zo’n hashtag-fitgirl flink passief-agressief tegen me uit toen ik bij de Jumbo in de Oosterstraat mijn fiets uit het daartoe bestemde rek trok. “Tssssssk,” siste ze. Kennelijk belemmerde ik haar hashtag-outdoorfitnessparcours met m’n dagelijkse bezigheden. Sorry hoor, maar wie rent er dan ook op zaterdagmiddag door een drukke winkelstraat? Op de hoek even verderop kon ze trouwens ineens wel zonder problemen stoppen. Om een selfie te maken. Juist.

De gemeente lijkt er overigens alleen maar blij mee te zijn ‒ er wordt immers gesport – en daarom staat er sinds kort in een hoekje van Lewenborg ook een heuse speeltuin voor volwassenen. Met monkeybars, fietsmachines en crosstrainers. Maar de twintigers vinden ‘m geloof ik te ver buiten het centrum, en van de terrasjes met de mooie meisjes en jongens, dus wat dat betreft gaat het z’n doel een beetje voorbij. Wie er daarentegen wel heel vrolijk van lijken te worden, zijn de vijfenzestigplussers uit de buurt. Die voeren er al snel in trainingsbroek en met een handdoekje om hun nek zij aan zij de dagelijkse oefeningen uit.

Toch kan het ook andersom: terug van een cliënt zie ik op een van de crosstrainers drie meisjes van een jaar of acht. Nummer een aan de linkerpeddel, nummer twee aan de rechter en nummer drie laat zich in het midden door de bewegingen heen en weer schudden. Ze gieren van de pret.

Ik schiet in de lach: gerechtigheid. Maar dan denk ik even terug aan de speeltuinen van mijn eigen kindertijd. Die werden ook regelmatig overgenomen door volwassenen, alleen dan ’s nachts. Kwamen we overdag spelen, dan lagen er lege blikken bier en sigarettenpeuken. Op de glijbaan stonden obscene tekeningen en woorden. In de speelhuisjes vonden we heroïnenaalden en rook het naar pis. Gebruikte condooms lagen in de bosjes eromheen. Tja.

Hashtag-eigenlijkisditdanallemaalzoergnogniet.